Bruinvissen in de Oosterschelde geteld

 

Datum: 29 september 2009 

Op 19 september heeft een uitgebreide telling van bruinvissen in de Oosterschelde plaatsgevonden. Met acht schepen en vijftig vrijwilligers is de Oosterschelde in linie afgevaren van west naar oost. Hierbij zijn dertig bruinvissen geteld. Dit is de eerste keer ooit dat dit gebied, dat tegenwoordig zowel Nationaal Park als Natura 2000-gebied is, dekkend onderzocht op de aanwezigheid van deze bijzondere zoogdieren.

 

         

Bruinvis                                                                  Bruinvis met jong bij Zeelandbrug
 
 

Lang verdwenen
In 1986 spoelde bij Stavenisse (Tholen) een dode bruinvis aan. Vervolgens duurde het tot 1996 eer weer in de Oosterschelde een bruinvis aangetroffen werd. Op 8 maart 1996 trof men in het haventje ’t Rijk bij Yerseke een aangespoelde bruinvis aan. In de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw werden langs onze kust (en dus ook in de Oosterschelde) nagenoeg geen bruinvissen meer gezien in tegenstelling tot de “rijke” jaren ’20-’50. Met name PCB-vervuiling wordt aangemerkt als oorzaak. Sinds 1994 nam het aantal bruinviswaarnemingen langs de kust echter toe tot een maximum in 2006. In de Oosterschelde werden in de periode 1996-2003 jaarlijks wel een dode bruinvis gevonden. In de periode 2006-2008 werden dit er jaarlijks minstens zes.

Weer te zien
De bruinvissen werden niet alleen dood aangetroffen, ook levende bruinvissen werden meer en meer gezien en gemeld in de Oosterschelde. In 2001 werden voor het eerst kleine groepjes (2-4) bruinvissen waargenomen en sinds 2005 lijken ze jaarlijks en jaarrond te worden waargenomen. Voor het eerst in zeer lange tijd is de bruinvis weer zichtbaar voor de Nederlandse recreant.

"Zomaar op een nazomerse zondagmiddag kwamen ze even langs de boot op de Oosterschelde" schrijft bijvoorbeeld de bemanning van de Eelske Medde. Zij schatten het aantal bruinvissen in de Oosterschelde in 2007 op enkele tientallen. "Zodra het dieper dan 15 meter wordt, kun je ze verwachten. Bij Kats en Colijnsplaat, richting Roompot is de kans het grootst. Maar we zagen ze ook voor de haven van Wemeldinge in een groep van vijf."

Schepen
Opvallend is dat de bruinvissen in de Oosterschelde, in tegenstelling tot daarbuiten, graag in de buurt van schepen zwemmen. Regelmatig worden ze in de boeggolf waargenomen, iets wat bruinvissen volgens ‘de boekjes’ niet doen. Dat het niet ongevaarlijk is bewijzen foto’s van bruinvissen uit de Oosterschelde waarop duidelijk littekens van scheepsschroeven zichtbaar zijn.

De waarnemingen in de Oosterschelde resulteeren in twee vragen. Allereers, hoeveel bruinvissen komen er voor? Ten tweede de vraag in hoeverre de bruinvissen door de Oosterscheldekering heenzwemmen. Het is duidelijk dat ze erin kunnen, maar kunnen ze er ook weer uitzwemmen?

Telling
Op de eerste vraag tracht men een antwoord te geven door een grootscheepse telling. Uitwerking van de waarnemingen, gedaan tijdens de integrale telling op 19 september, moet een totale schatting opleveren. De tweede vraag zal komende maanden beantwoord worden met behulp van zogenaamde C-Pods. Dit zijn een soort onderwaterdictafoons die zodra een bruinvisroep wordt waargenomen dit digitaal opslaat (bruinvissen gebruiken sonar om zich te oriënteren en vis te vangen). Door nu twee C-pods aan de binnenzijde van de Oosterscheldekering te hangen en één aan de buitenkant, wordt geprobeerd een beeld te krijgen van de frequentie en richting waarin bruinvissen de Oosterscheldekering passeren.

Het onderzoek is geïnitieerd door Stichting Rugvin (www.rugvin.nl), in samenwerking met de Lifeguards van het WereldNatuurFonds (www.lifeguardwnf.nl). Voor de uitvoering wordt tevens samengewerkt met de Zoogdiervereniging, Natuurpunt (www.natuurpunt.be), EHBZ (www.zeezoogdieren.org) en Rijkswaterstaat (www.rws.nl).

 

Tekst: Richard Witte van den Bosch
Foto's: Richard Witte van den Bosch, bruinvis en bruinvis met jong bij Zeelandbrug